Algemeen reglement personeel katholiek onderwijs
Hoofdstuk I: Definities, toepassingsgebied, doelstelling en algemene bepalingen
Definities:
Algemene bepalingen:
Hoofdstuk II: Specificiteit en opvoedingsproject en Hoofdstuk III: Bevoegdheden en verantwoordelijkheden
Aan deze hoofdstukken zijn geen inhoudelijke wijzigingen aangebracht.
Hoofdstuk IV: Prestatieregeling
Vooraan dit hoofdstuk werd een nieuw artikel opgenomen (artikel 11) dat stelt dat de directeur bij de toewijzing van de taken en opdrachten en de toepassing van de vakantieregeling rekening moet houden met het deeltijds karakter van de opdracht van de personeelsleden die geen volledige aanstelling hebben in de school.
Voor de opmaak van de uurroosters voor deeltijds werkende personeelsleden is de passage uit het decreet rechtspositie overgenomen, nl. dat de opdracht maximaal over een proportioneel aantal halve dagen per week gespreid wordt.
Voor de aanwezigheid van de personeelsleden op de oudercontacten moet de directeur overleggen met de vakbondsafvaardiging.
Een nieuwe bepaling is opgenomen over de verplaatsingen in opdracht. Personeelsleden die in opdracht van het schoolbestuur of de directeur verplaatsingen doen met hun eigen wagen hebben recht op een kilometervergoeding. De vergoeding bedraagt minimaal 70% van het bedrag van de forfaitaire kilometervergoeding dat de overheid hanteert voor haar ambtenaren. In deze 70% is de omniumverzekering die het schoolbestuur afsluit voor dergelijke verplaatsingen niet inbegrepen. De vergoeding en de omniumverzekering samen kunnen nooit hoger zijn dan de forfaitaire kilometervergoeding van de federale ambtenaren.
In artikel 18 dat het maximum van de verplichte prestaties tijdens de vakantieperiodes vastlegt, zijn de administratief medewerker basisonderwijs en de zorg- en ict-coördinator basisonderwijs uitdrukkelijk opgenomen. Voor het medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel daalt het maximum aantal prestaties tot 25 dagen waarvan maximum 15 dagen tijdens de zomervakantie.
Hoofdstuk V: Tucht
Ook in dit hoofdstuk geen wijzigingen.
Hoofdstuk VI: dossier van het personeel
Elk personeelslid mag op school zijn dossier inzien en kan zich hierbij laten bijstaan door iemand van de vakbondsafvaardiging of door een raadsman. Op zijn vraag krijgt het personeelslid een kopie van de documenten, eventueel tegen betaling. Kopie van het tuchtdossier moet gratis afgeleverd worden.
Wat het tuchtdossier betreft is uitdrukkelijk opgenomen dat niet doorgehaalde straffen maximaal tot 2 jaar na de pensionering van betrokkene bewaard worden. De directeur bewaard deze dossiers. Het tuchtdossier van de directeur wordt door het schoolbestuur bewaard.
Er is een paragraaf over het evaluatiedossier opgenomen. Dit bevat de documenten die voorzien zijn in de evaluatieregeling van het decreet rechtspositie en in het evaluatiereglement. Dit dossier wordt door de eerste evaluator bewaard. Het evaluatiedossier van de directeur wordt door het schoolbestuur bewaard.
Hoofdstuk VII: overgangsbepaling en inwerkingtreding
Het nieuwe reglement is van toepassing vanaf 1 september 2010.
Nieuwe tekst vanaf 1 september 2010
Toepassingsgebied:
In het toepassingsgebied wordt de definitie van een katholieke school opgenomen zoals deze door de bisschoppenconferentie is opgesteld. Dit heeft tot doel het toepassingsgebied duidelijk te begrenzen met het oog op de algemeen verbindendverklaring van het reglement.
Het principe dat de vakbondsafvaardiging moet gehoord worden voor het nemen van een beslissing waarbij het syndicaal statuut overleg voorziet, wordt als algemene regel ingeschreven.
Deze algemene bepaling is van toepassing op heel het hoofdstuk ‘prestatieregeling’.
Als de verplaatsingen in opdracht gebeuren met het openbaar vervoer dan worden de kosten (voor de trein tegen tarief 2e klas) volledig terugbetaald na voorlegging van het vervoerbewijs.
De overgangsbepaling blijft ongewijzigd. Een personeelslid in dienst voor 1/9/2010 kan zich beroepen op één of meer bepalingen van het oude reglement indien het die gunstiger acht, voor zover die bepalingen niet in strijd zijn met de rechtspositie.